


Wij wensen u veel kijk- en leesplezier op de site. Tevens nodigen wij u uit om berichten of artikelen aan te leveren voor de site.
Daarvoor kunt u mailen naar
info@dorpvogelenzang.nl
Acquisitie wordt niet op prijs gesteld
Wereld Jamboree 1937 in Vogelenzang
Herinnering aan de 70 jaar geleden gehouden Wereld Jamboree hier bij ons mooie dorp waarbij
28000 padvinders uit 40 landen van 31 Juli t/m 9 Augustus in l937 hier bij ons te gast waren.
De VPRO heeft in haar uitzendingen in de serie Plaats van Herinnering aandacht besteed aan deze grandioze happening: http://geschiedenis.vpro.nl/plaats/35695631/
Het
is dus wel heel lang geleden maar voor degene onder u in het bijzonder
oud verkenners en welpen, nieuwe dorpsgenoten en degene die de scouting
een warm hart toedragen en toch wel graag willen weten op welke
locaties dit allemaal heeft plaatsgevonden, heb ik getracht met foto’s
van door mij gemaakte schilderijen en bijbehorende teksten dit weer te
geven.
Co Groskamp - Oud verkenner van de St Augustinusgroep. groskamp@quicknet.nl
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Als geboren en getogen Vogelenzanger (1925) heb ik in mijn jeugd twee grote gebeurtenissen hier ter plaatse meegemaakt die mijn hele leven lang, tot op de dag van vandaag, op mij altijd een bijzondere grote indruk hebben gemaakt. De eerste gaat terug naar de Meidagen van 1945 toen hier de voedseldroppings plaats vonden op het toenmalige Jamboreeterrein.
Het zal mij niet verwonderen als er niet een paar jonge Engelse of Amerikaanse piloten hier vanuit hun Lancasters en B-17 bommenwerpers hun voedselpakketten uitwierpen op het terrein waar zij als jong padvinder hun tenten hadden opgeslagen.
Voor de tweede grote gebeurtenis ga ik terug naar 1937. Hier in Vogelenzang wordt de St. Augustinustroep opgericht onder de bezielende leiding van Hopman Piet Freriks, ook woonachtig hier ter plaatse. Wat was dat voor een jongen van 12 jaar een geweldige tijd om met het spel van verkennen mee te mogen doen. Het was een streven om bepaalde insignes te halen en ik bracht het zelfs tot patrouilleleider. Dit werd dan aangegeven door twee witte strepen op de linkerborstzak.
Helaas was het voor ons niet mogelijk om deel te nemen aan de Jamboree. De reden daarvan weet ik niet precies, maar dat was waarschijnlijk een financiële kwestie. Voor de meeste ouders konden de kosten om deel te nemen niet meer worden opgebracht, vergeet niet dat we midden in de zogenaamde crisisjaren zaten.
Toch ging ik met mijn vader naar de Scoutshop aan de Schouwtjeslaan in Haarlem om een complete padvindersoutfit aan te schaffen. Hij moest daar wel 15 gulden voor betalen. Dat lijkt wel heel erg goedkoop maar als je weet dat toendertijd het weekinkomen van een doorsnee arbeider ongeveer hetzelfde bedrag omvatte, kan ik nu begrijpen dat het voor mijn vader een ware rib uit het lijf moet zijn geweest.
Officieel geen deelnemer dus, maar toch samen met mijn ouders en verder op eigen gelegenheid vele uren doorgebracht op het terrein. Het dorp lag geïsoleerd van het terrein, maar dat was voor ons nog wel eens te omzeilen. Je keek je ogen uit naar al die padvinders uit zoveel vreemde landen. Als een flits gaat het door mij heen: de Polen met hun lange groene caps en bijpassende pet. Zij marcheerden als soldaten en vreemd was ook het tenue van de Syriërs. Zij hadden als hoed niet de vier gleuven zoals de meesten, maar een soort van brandweerhelm. En natuurlijk niet te vergeten de Schotten met hun gekleurde geruite rokken met bijbehorende doedelzak.
Bij mijn omzwervingen kwam ik terecht op de voor de oude Vogelenzangers bekende “de Duintjes”, waar Belgen, Noren, Siamezen, Mexicanen en broederlijk naast elkaar Amerikanen en Japanners hun tenten hadden opgeslagen. Het is ongelooflijk dat deze jongens slechts enkele jaren later elkaar te vuur en te zwaard zouden bestrijden in een waanzinnige oorlog. Dit is voor een weldenkend mens niet te begrijpen.
Ik zie nog de Amerikanen, als ze hun potje hadden gekookt, eten vanaf papieren borden. Dat waren wij thuis niet gewend.
Ook nog even op het marktterrein geweest en gefascineerd gekeken naar de mooie totempalen die door Nederlandse verkenners waren gemaakt en ook nog een ijsje aangeschaft. Schrik niet, dat kostte 5 cent!
Met mijn vader op stap kwamen wij langs het kamp van de padvinders uit Letland. Hij sprak voor mij in een vreemde taal met deze jongens: Het Esperanto. Hij had deze internationale taal, uitgevonden door Ir. Zamenhoff, in zijn jonge jaren geleerd. Jammer dat het gebruik van deze taal in verval is geraakt.
Ik ben met mijn moeder op bezoek geweest bij de padvinders van Nederlands-Indië, want toen bestond Indonesië nog niet. Deze jongens hadden een prachtige grote tent gebouwd geheel van bamboe opgetrokken, waarin ze van alles lieten zien van hun land.
Al deze momenten kwamen weer bij mij boven. De herinnering aan het bijwonen van het grote kampvuur in de duinen van de Amsterdamse Waterleiding is mij het meest bijgebleven. Het is op mijn netvlies gegrift. Nog klinkt altijd het doordringende geluid van de Schotten met hun doedelzakmuziek in mijn oren en ruik ik de geur van het vuur en zie nog voor me de spetters van het verbrande hout en de grote rookwolk die langzaam verdween in de donkere nacht.
Zo is er ook een einde gekomen aan mijn verhaal en ik hoop dat dit verhaal voor velen prettige herinneringen oproept.
Co Groskamp. Oud verkenner van de St. Augustinusgroep uit Vogelenzang.